‘Iek ou van Olland’

In de eerste oorlogsjaren raakt Nederland verknocht aan het Franse chanson. Dat is mede te danken aan de lieftallige Josee Sann. De Waalse chansonnière komt in 1940 naar Nederland om op te treden. Dan breekt de oorlog uit en kan ze niet meer naar huis. Josee Sann maakt van de nood een deugd en begint aan een zegetocht langs de theaters.

Met haar optredens maakt Josée Sann grote indruk in ons land. Een frêle jonge vrouw, gekleed in een prachtige japon, een witte bloem in het donkere golvende haar. Ze zingt eigenlijk niet. Ze draagt voor, beeldt uit en beleeft de liedjes intens. Zo neemt ze haar publiek mee, over de boulevards en langs de Seine.

Ze maakt van elk lied een eenakter. ‘Dat ik van toneelspelen hou is geen wonder. Mijn ouders in Frankrijk waren ook toneelspelers en ik ben al heel jong op de planken komen te staan. In heel veel cabarets en revues in Frankrijk heb ik opgetreden’, vertelt ze in een interview aan dagblad Het Volk.

Het is de zomer van 1940 en Nederland is net een paar maanden bezet door Duitsland. Het lijkt alsof het leven gewoon de draad weer oppakt, wanneer Josee Sann aan haar rondje langs de theaters begint. De eerste tijd concentreren haar optredens zich vooral rond Den Haag, zo staat ze in een uitverkocht theater Diligentia. Daarna volgen de andere steden. De Kleine Komedie in Rotterdam, de kleine zaal van het Concertgebouw. Ze speelt het plat. Publiek en journaille dragen haar op handen. ‘Het Hollandse publiek is koel. Maar niet voor mij, hoor, voor anderen. Ik geloof, dat het eerst aan je gewend moet zijn’, weet ze te vertellen.

Van de nieuwe lichting chansonniers die in de late jaren dertig doorbreekt, is Charles Trenet de bekendste. In de zomer van 1940 gaat enige tijd het gerucht dat hij is gesneuveld, maar dat blijkt gelukkig niet waar. Tot opluchting van Josee, die bevriend met hem is. ‘Ik ken hem al zes jaar’, vertelt ze in het interview. ‘Voor de oorlog zongen we samen in een cabaret in Knokke in België. Ik kreeg een contract in Holland voor drie maanden, toen brak de oorlog uit.’ 

Een chanson is emotie voor Josee Sann. ‘Ik hou van vrolijke en ernstige liedjes. Als een chanson me bevalt, of men er nu om moet schreien of lachen, zeg ik: kijk, dat is nu juist iets voor mij! Ik krijg nog steeds de nieuwste liedjes toegestuurd uit Parijs. Pas nog een nieuwe bundel van Charles Trenet.’

Naast optredens in theaters, treedt Josee Sann ook op voor de radio, wat haar bekendheid natuurlijk vergroot. Daarnaast krijgt ze de kans om voor Decca verschillende platen op te nemen, die ook al succesvol zijn. Ondertussen pakt ze het publiek in met de kraker ‘Ik Hou van Holland’ dat ze met een dik accent zingt. ‘Ik ou van Olland’ dus. Waarbij ze aanvult: ‘Dat landje dat iek nooit verkeeten sal.’ Het publiek smult ervan.

Aan de zegetocht komt een einde als Josee in mei 1941 haar evenwicht verlies en zes meter naar beneden valt, door een glazen dakraam. Ze raakt ernstig gewond en ligt wekenlang in het ziekenhuis. Haar herstel zal zes maanden duren, pas in het najaar van 1941 keert ze terug op het podium, toegejuicht door pers en publiek. Op 27 december zingt ze een duet met Willy Derby in Gebouw K en W in Den Haag, tijdens de voorstelling waarin de volkszanger zijn 25-jarige jubileum viert.

In maart kondigt ze aan Nederland te gaan verlaten. Ze heeft aanvragen gekregen voor optredens in Portugal. Via dat land hoopt ze vervolgens terug te keren naar haar thuisland Frankrijk. Het wachten is op de uitreispapieren van de Duitse bezettingsmacht. Het is voor Sann sowieso aanleiding om een korte afscheidstournee in te zetten.

Josée Sann
Josée San, gesigneerde miniatuur van Hollmann. Collectie TheaterSentiment

Oorlog en liefde hield Waalse

zangeres in Nederland

Maar in april is Josee Sann nog altijd in Nederland. Ze wordt onderdeel van de jubileumtour van Willy Derby. Als die Haarlem aandoet, zet ze haar handtekening onder een ingekleurde miniatuur, gemaakt door de gebroeders Hollmann. Deze prachtige prent is nu onderdeel van de collectie van TheaterSentiment.

Ook in de zomer is Portugal nog ver weg, laat staan Frankrijk. Josee Sann staat in het Kurhaus cabaret met Cor Ruys. Het is onbekend waarom Josee Sann niet de grens over gaat. De kans is groot dat de Duitse autoriteiten haar de benodigde papieren weigeren, nu de oorlog steeds grimmiger wordt. Maar het kan ook de liefde zijn die haar in Nederland houdt, want in Hilversum maakt ze kennis met Jasper Buurke, uit een bekende familie van hoteliers. Met hem trouwt ze in september 1944.

Na het Kurhaus Cabaret is ze onderdeel van een variété programma dat door het land trekt. Het valt de recensenten op dat ze steeds meer ingeburgerd raakt en dat haar Nederlands aanzienlijk is verbeterd. Vanaf 1943 komen we Josee Sann nog maar sporadisch tegen. Eind van dat jaar kondigt Decca wel nieuwe platen aan en in 1944 treedt ze nog een keer op voor de radiomicrofoon. Daarna blijft het jarenlang stil. Optreden is door de oorlogssituatie sowieso lastiger geworden en naar verluid kiest Sann voor het gezinsleven.

Cover
Josée Sann, Belgische voordrachtskunstenares in 1940 achter de microfoon tijdens een optreden in het Piccadilly-theater in Den Haag. Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad Photos

Sann blijft voorgoed in Nederland wonen. Na de oorlog is ze werkzaam als binnenhuisarchitecte en verzorgt ze de inrichting van de hotels Gooiland, Hamdorff en de Hooge Vuursche, die haar man exploiteert. Pas in 1951 pakt ze de draad als chansonnière op. Heel even maar. Ruim een jaar lang verzorgt ze een aantal optredens voor de televisie en in kleine zalen. Daarna verruilt ze het chanson voor de schilderkunst. Onder haar eigen naam Suzanne Maniet maakt ze naam binnen de naïeve schilderkunst. Ze wint diverse prijzen, ook in haar vaderland Frankrijk. Haar exposities trekken binnen en buiten Nederland veel publiek.

Wanneer Josee een paar dagen voor de oorlog naar Nederland komt, droomde ze nog van een carrière in Parijs, in het kielzog van haar grote generatiegenoot Charles Trenet. In Frankrijk ziet men haar als een belofte, maar eerst de oorlog en uiteindelijk de liefde maken dat alles anders is gelopen. 

Jaren later, in haar bungalow in de bossen rondom Kasteel Hooge Vuursche, zal ze heus nog wel eens teruggedacht hebben aan die roerige jaren. Met weemoed wellicht, maar niet met spijt. In haar eigen woorden: ‘Ik was gedwongen hier te blijven. Maar dat heeft me niet gespeten: J’aime la Hollande et ses jolis prés fleuris. Want ik hou van Holland met zijn weiden vol met bloemen.’

Bronnen: Collectie TheaterSentiment/ Koninklijke Bibliotheek – Delpher. Foto Omslag: Josée Sann tijdens een optreden in 1940 in Picadilly, Den Haag. Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad Photos

Start typing and press Enter to search