Elie Frankly, balletmeester

Het heeft de alom gewaardeerde balletmeester Elie Frankly behaagd om ons te ontvangen tijdens de repetities voor een nieuwe revue. Op deze kille en druilerige middag, haasten we ons dan ook naar Carré. Het majestueuze theater lijkt in slaap. In de foyer is het stil en de stoelen zijn leeg. Maar zodra we de zaal inlopen en het podium naderen, zien we volop bedrijvigheid. Een groep jonge vrouwen staat om de kleine, beweeglijke man heen.

‘Kom dames!’, roept het mannetje met het spitse gezicht. ‘Even stil zijn en luister alsjeblieft naar me.’ Geen overbodig verzoek, want een groep van zestien jonge dames kan behoorlijk wat geluid produceren. ‘Nu een foxtrot’, zegt Frankly. ‘Ik zal het u voordoen.’ Hij knikt naar de pianist, doet zijn jasje uit en zweeft vervolgens gracieus over het podium.
Kijken naar Elie Frankly is een van de beste balletmeesters van Nederland aan het werk zien. Een naam die na zoveel jaren hard werken synoniem is geworden voor kwaliteit. Hij is streng, eist discipline van zijn dansers, maar waakt evengoed als een vader over de vaak zeer jonge dames.

Frankly is zelf ook jong begonnen. ‘Ik was nog maar acht jaar oud toen ik voor publiek begon te dansen, dat was net voor de eeuwwisseling’, vertelt hij. ‘Enkele keren per week sprong ik met een Italiaans meisje van dezelfde leeftijd rond op de keien voor het ouderlijk huis in Rotterdam, op de tonen van een buikorgel.’
De jonge Elie Frank, zoals hij dan nog heet, heeft de smaak te pakken. Hij bemachtigt een kleine rol, zonder tekst, in een eenakter, om vervolgens als tienjarige met zijn broer een parodistennummer te doen in de Diligentia aan de Rotterdamse Kruiskade. Voor een gage van vijftig cent. ‘We noemden ons de Knerf Brothers’, vertelt Frankly. Hij heeft inmiddels de repetitie voor een moment stil gelegd om met ons te kunnen praten. ‘En het was behoorlijk slecht’, grijnst hij. ‘Toch hebben we het maar liefst zeven jaar volgehouden in de varieté.’
Maar Frankly wil meer. Op achttienjarige leeftijd komt hij in Wenen terecht en krijgt een engagement bij het Ronacker Variété Theater. Een wereldvermaard dansensemble waarmee hij door Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en Hongarije trekt. En als nog geen twintigjarige weet hij het tot balletmeester te schoppen van het Trocadero Cabaret in Parijs.
‘Op een zekere dag in 1913 keerde ik terug naar Nederland. Juist in die dagen was Nap de la Mar directeur geworden van een toneelgezelschap en begon hij zijn eerste operettes in scène te zetten. Hij was het alleen zijn op het podium moe. Ik waagde het erop, waarom niet? In het buitenland had ik alle moderne dansen tot in de finesses geleerd. Ik kon er prat op gaan de enige Hollander te zijn die thuis was in de ragtime en andere dansen die toen modern waren.’
‘Ik ging vol goede moed naar het huis van de familie De La Mar aan de Diergaardesingel in de hoop een aanstelling te krijgen, maar Nap leek weinig fiducie te hebben in me en liet me zo weer naar huis gaan. Pas een jaar later kwam ik hem tegen op de Coolsingel en klopte hij amicaal op mijn schouders. Ik kreeg een aanstelling voor de voorstelling ‘Zijne Hoogheid Amuseert Zich’. Dat werd het begin van mijn balletmeesters carrière.’

Elie Frankly aan het werk. Herkomst onbekend


Een beetje bluf heeft daarbij geholpen. ‘Een zenuwachtig gevoel bekroop me toen ik de volgende dag werd voorgesteld aan de leden van het gezelschap en plaats mocht nemen aan de regietafel. Want al kon ik dansen, een operette instuderen had ik nog nooit gedaan. Het draait vooral om de routine en dat was de enige eigenschap waar ik destijds niet over beschikte.’
‘s Avonds kreeg ik de partituur mee naar huis, aangezien ik geen noot muziek kon lezen, werd deze netjes in de kast gedeponeerd en de volgende dag ongelezen mee teruggenomen. Intussen was ik wel over mijn beginners koorts heen en begon ik met de repetitie, daarbij geheel vertrouwend op mijn ingevingen van het moment.’

Die ingevingen blijken een schot in de roos en de voorstelling wordt een groot succes, mede dankzij de choreografieën van Frankly. Hij maakt vooral naam met de Apachendans die hij zelf uitvoert met Sara van der Heym.
Het levert hem een schare bewonderaars op. ‘Op een dag komt er iemand bij mijn broer in zijn confectiezaak en die zegt: ‘Ik heb nu een Frans danspaar gezien, dat heb je van je leven nog niet meegemaakt. Zo’n Apachendans, dat is enorm. D’r is een klein kereltje bij dat smijt en gooit.’ Mijn broer haalt een foto tevoorschijn. ‘Zijn dat ze soms?’ ‘Hoe kom je aan die foto?, vraagt die kerel verbaasd. ‘Dat is mijn broer.’ Waarop de man antwoordt: ‘Hij is wel goed, maar eigenlijk toch wel wat klein.’
Ondanks het succes, is het nog geen vetpot. ‘Toen ik net aan het repeteren was, vroeg mijn vader me: ‘Wat verdien je eigenlijk? Ik wist het niet. Ik ging naar Nap om het te vragen. ‘Frankly’, zei hij, ‘dat moet je aan mij overlaten.’ Na een maand repeteren kreeg ik een envelop met tien gulden. Een schijntje, maar hij gaf me wel de kans van mijn leven en ik ben een heel jaar bij hem gebleven.’

Robert Stolz ging in op mijn suggestie om een tango te componeren

Frankly heeft zich bewezen als een vakman en sindsdien is hij bij de meeste revue- en operettegezelschappen solodanser en balletmeester geweest. Bij Nap de la Mar, Louis Bouwmeester jr, John Streletski, Bijleveld en Van Aerschot en bij het Flora Theater in Amsterdam.
Voor Frankly worden uiteindelijk zelfs ‘einlagen’ in de operettes en revues gecreëerd. Dansummers waarin hij kan schitteren. Een Russische dans in de Boemelbaron bijvoorbeeld. Of een dievendans met Heintje Davids in de revue ‘t Is Gelopen. Het grootste succes beleeft hij met de revue Hallo Californië met Emil van den Bosch in de hoofdrol.

De balletmeester zet alles op alles om kwaliteit te kunnen leveren en is bepaald niet op zijn mondje gevallen. ‘Bij Fritz Hirsch studeerde ik de dansen in voor ‘Wenn die kleine Veilchen blühen’. De grote componist Robert Stolz kwam kijken. ‘Op deze muziek kan ik geen dans maken’, zei ik. Ik dacht dat Fritz een rolberoerte kreeg. Maar Stolz werd niet boos en ging zelfs in op mijn suggestie om een tango te componeren. Hij heeft me daarna zelfs gevraagd om dansen te komen instuderen in Berlijn, maar dat is er nooit van gekomen.’

Er is namelijk genoeg werk te doen in Nederland voor Frankly. Elke voorstelling levert nieuwe uitdagingen op. ‘Een van de grootste moeilijkheden waar ik mee te maken heb, is de korte tijd die ik krijg om de voorstellingen te instrueren. Voor de Amsterdamse operette ‘De Australische Nachtegaal’ heb ik in zes dagen alle solo’s, duo- en ensembledansen moeten instuderen, plus de finale. En dat in Holland, waar we vooral met ongeschoolde koren te maken hebben. We zijn hier helaas nog niet zo ver als in het buitenland, waar de balletten doorgaans uit geschoolde danseressen bestaan.’
Als je bedenkt dat ik per seizoen tien tot twaalf operettes en revues te ontwerpen en in te studeren heb, met gemiddeld twaalf dansen per voorstelling. Dat zijn 120 dansen in totaal, u begrijpt dat dit zo af en toe wel hoofdbrekens geeft. Gelukkig is tot nu toe alles voor elkaar gekomen.’
Al is het af en toe wel kantjeboord. ‘In 1917 heb ik met veel moeite een een Flora Revue ingestudeerd, toen op een dag bleek dat van mijn 24 koristen er zestien naar Nap de la Mar waren overgelopen, die met een revue in Carré zou beginnen. Kon ik weer helemaal opnieuw beginnen.’

Het slechtste dansen de komieken, die hebben geen enkel maatgevoel

Ondanks het harde werken en de grote successen, zijn het toch de artiesten die met de eer strijken. Knaagt dat niet een beetje? Het balletmeesterschap is een zeer ondankbare job, erkent Frankly. ‘Het merendeel van het publiek weet niet eens dat je bestaat en op de aanplakbiljetten komt je naam niet voor. Wanneer je dan toch een keer op het ‘tableau de la troupe’ voorkomt, is je naam zo klein gedrukt, dat die er net zo goed niet op had kunnen staan.’
Toch is een balletmeester voor een goed gezelschap van onschatbare waarde en hangt het succes van de voorstelling voor een belangrijk deel af van het succes dat de dansen oogsten. ‘Hoe dikwijls valt een zangduet tegen, omdat de slotdans slecht voor het voetlicht wordt gebracht’, stelt Frankly. ‘En minstens net zo vaak worden zwakke scenes opgehaald door een goed dansje erna.’
Onder de hoofdrolspelers, de solisten, zijn er echter maar weinig die enig benul hebben van dansen. ‘Het slechtste dansen de komieken. De meesten van hen hebben geen enkel maatgevoel, wat voor een balletmeester afschuwelijk is om aan te zien. Al vindt het publiek het natuurlijk schitterend. Gelukkig is het met damesartiesten beter gesteld, daar zitten zelfs enkele verdienstelijke danseressen onder. Ik waag het niet om namen te noemen, het zal me duur komen te staan als ik er een vergeet.’
‘Het grootste verdriet beleef ik met de mannelijke koristen. Er schuilen dikwijls mooie stemmen onder, maar hun dansen…wat erg.’ Frankly schudt zijn hoofd. ‘Van de honderd zijn er geen vijftien die zich behoorlijk op het toneel kunnen bewegen. Ik studeer liever een koor in van honderd dames dan van tien heren.’

Elie Frankly
Elie Frankly. Cinema en Theater

Voor het grote publiek mag hij nog steeds een onbekende zijn, ‘een van de mensen achter de schermen’. Onder de artiesten en producenten is er echter grote waardering. En onder de koristen, de danseressen, is Frankly een levende legende. ‘De tijd dat alleen de buitenlandse balletmeester in tel was is gelukkig voorbij. Ook de acteurs of actrices die ‘wel even het dansjes instuderen’ is na de daarmee behaalde fiasco’s voorbij. Er is nu ruim plaats voor de Hollandse vakman-balletmeester.’

Het is genoeg geweest. De pauze is voorbij. Elie klapt in zijn handen en wandelt het podium weer op. De dames leggen hun gesprekken stil, formeren zich en kijken vol aandacht naar de balletmeester. Voor ons is de tijd gekomen om afscheid te nemen, zodat Frankly en zijn koristen ongestoord verder kunnen werken. De première nadert en er is te weinig tijd, zoals altijd. Maar voordat we gaan, komt de kleine Frankly nog even op ons af, kijkt ons aan met die vriendelijke, guitige blik en zegt:

‘De waardering die een balletmeester tegenwoordig krijgt is wel fijn, want ondanks de vele onaangenaamheden, kan je wanneer je als danser geboren bent er toch niet buiten. En als na ingespannen arbeid je ballet eenmaal staat en op de avond van de première je dansen het ene na het andere open doekje behalen, ben je toch maar weer blij dat je een beroep hebt gekozen, dat je in staat stelt je stoutste fantasieën in levende materie te verwezenlijken.’

De sfeerelementen en de quotes van Elie Frankly berusten op waarheid en zijn overgenomen uit diverse artikelen in Nieuws van de Dag, Het Parool en het weekblad Cinema en Theater.

Start typing and press Enter to search