Over duizend ontgoochelingen

Jonge toneelspelers hebben het in de jaren dertig niet gemakkelijk in Nederland. Tenminste, als we de jonge acteur Ben Royaards mogen geloven. De toekomst hier als toneelspeler is ‘perspectiefloos, eenzaam en aan zichzelf overgelaten, door onvoldoende leiding en belangstelling’. Samen met zijn vrouw actrice Georgette Hagedoorn zoekt hij in 1937 het geluk in Antwerpen, maar niet voordat hij een bom laat ontploffen in de vaderlandse pers.

De 34-jarige Ben Royaards is bevlogen en ambitieus. Als de zoon van wijlen Willem Royaards, die beschouwd wordt als een van de grootste acteurs en regisseurs die Nederland heeft gekend, draagt de jonge acteur een zware last op zijn schouders. Ben treedt vanaf het begin van de jaren twintig in het voetspoor van zijn beroemde vader. De eerste jaren nog onder het pseudoniem Ben Lucius, omdat hij op eigen kracht wil doorbreken. 

In 1930 trouwt hij met de Haarlemse actrice Georgette Hagedoorn en de jonge echtelieden ploeteren zich een weg door het roerige artiestenbestaan. Ze krijgen een zoon, richten ondertussen met enkele andere acteurs De Nederlandse Toneelgroep op en reizen stad en land af om te spelen. In de jaren dertig betekent dat lange busreizen en omstandigheden die lang niet altijd florissant zijn.

Ben Royaards en Georgette Hagedoorn speelden vaak samen in Antwerpen. Foto’s Collectie TheaterSentiment

Er gloort hoop als Royaards begin 1937 het aanbod krijgt om naar Antwerpen te komen. Joris Diels, directeur van de ‘Koninklijke Nederlandse Schouwburg’ in de Vlaamse stad, wil een frisse wind laten waaien en de jonge Royaards aantrekken als hoofdregisseur. Daarnaast is het de bedoeling dat Ben en Georgette er ook zelf gaan spelen. 

Het is een unieke kans. Het toneel in Antwerpen maakt op dat moment een bloeiperiode door. De omstandigheden zijn er dan ook beter dan in Nederland. De Belgische overheid is een stuk scheutiger met subsidies. En ook dankzij de vernieuwingen die Diels doorvoert en het naderende economische herstel, lopen de zalen weer vol. Bovendien hoeft het echtpaar met deze vaste standplaats in het vooruitzicht ook geen barre tochten meer te maken met de autobus.

Het aanbod wordt dus met beide handen aangegrepen en terwijl ze de koffers pakken, geeft Royaards nog een afscheidsinterview aan de Nederlandse kranten. Daarin legt hij onomwonden uit waarom hij Nederland achter zich laat. Met een stortvloed aan kritiek maakt hij gehakt van de toneelwereld en posteert hij zich in een klap als het enfant terrible onder de acteurs.

Royaards veegt de vloer aan met de verdeeldheid in de Nederlandse toneelwereld, waar iedereen voor zijn eigen belang lijkt te gaan, ‘in plaats van schouder aan schouder hetzelfde ideaal te dienen’. De verdeeldheid spreekt volgens hem uit het grote aantal gezelschappen dat men in Nederland aantreft. ‘Een ordeloze horde speelsters en spelers’, aldus Royaards. ‘Engagementen van ten hoogste negen maanden en gages, die in het algemeen niet kunnen worden gegarandeerd, zijn ons deel.’

Er is geld, maar dat gaat niet naar de spelers. Terwijl de acteurs moeten sappelen, is het technisch personeel meestal in dienst van de gemeente en dus verzekerd van een vast inkomen en vakantie. ‘Ondertussen wordt er ook nog veel geld verkwist aan gigantische decors, die voor goed toneel volslagen overbodig zijn en slechts dienen om de zwakheid van de toneelspeler en de regisseur te verbergen en het publiek te verblinden.’

Foto’s Collectie TheaterSentiment

‘Niemand heeft de moed’, gaat Royaards verder, ‘zelfs niet de toneelspelers, om paal en perk te stellen aan het moorddadig reizen per bus, waarin de toneelspelers bij nacht en ontij langs de wegen razen, waarin hun geest en fantasie worden afgestompt en waar hun gezondheid, hun levens en werkvreugde worden vernietigd.’

Royaards benadrukt in het interview dat hij niet verwaand is, maar een idealist, die verder kijkt dan zijn eigen belang. ‘Ik wil idealen dienen. Niet trekken aan een zegekar van de een of ander, ook niet aan de mijne, ik wil me slechts dienstbaar maken aan iets dat meer waarde heeft dan mijn armzalig ik’, vertelt de jonge acteur. 

Met afgrijzen constateert hij dat de overheid totaal onverschillig tegenover het toneel staat ‘en zonder een hand uit te steken, toeziet hoe het geleidelijk te gronde gaat’. Zelfs wethouder Boekman van cultuur, die bekend staat als mecenas voor de kunst, kan het niet goed doen in de ogen van Royaards. ‘Hij meent het vast goed met het toneel. En toch beseft hij niet dat hij het toneel lasten oplegt, waaronder het weldra zal bezwijken. Hij geeft subsidie met de linkerhand en neemt hoge huren voor de schouwburg en vermakelijkheidsbelasting met de rechter.’ 

Hoe anders is het in Vlaanderen. ‘In Antwerpen schenkt de gemeente haar Schouwburg met personeel aan de toneelspelers, geeft behalve dat ook nog subsidie, terwijl ook de nationale regering van haar kant een staatssubsidie verstrekt. Dat is op zich niet bijzonder, zó en niet anders hoort het in een beschaafd land waar de kunst als een levensbehoefte wordt gezien.’

‘In Antwerpen werkt een troep in een sfeer van rust en vertrouwen, schouder aan schouder, met hetzelfde doel voor ogen: de bloei van de toneelspeelkunst. Een ensemble zonder sterren. Met toneelspelers die hun werk liefhebben boven zichzelf. Ik wil hopen’, zo besluit Ben Royaards, ‘dat ik er vele jaren zal mogen werken, en dat er ondertussen in Nederland gezondere toestanden mogen komen.’

‘Ik weet dat men er niet van achterwaarts schoppen houdt’

Idealist of niet, het interview wordt Royaards niet in dank afgenomen. Het levert hem een kritisch betoog op door kunstcriticus Jacques G. de Haas (niet te verwarren met acteur Jacques de Haas). ‘In zijn misplaatste ijver ging Royaards zelfs zo ver, dat hij beweerde, dat er in Nederland voor een jong acteur geen ontplooiingsmogelijkheden meer bestaan’, constateert hij in het Nieuwsblad van het Noorden. ‘Terwijl hij zelf de kans kreeg zich in luttele jaren tot een eerste plans acteur op te werken. Ook als regisseur zou hij die kans ongetwijfeld hebben gekregen, als hij zijn tijd had kunnen afwachten.’

Volgens De Haas heeft het interview met Royaards niet alleen kwaads bloed gezet in Nederland, maar ook in zijn toekomstige thuisstad Antwerpen. Acteur Rob Geraerds mengt zich in de discussie en doet er in een andere krant nog een schepje bovenop. ‘Ik ben ervan overtuigd, dat men in Antwerpen de onaangename toon van dit ‘afscheid’ even scherp zal voelen als wij. Ik heb het voorrecht Vlaanderen heel goed te kennen en er vele goede vrienden te bezitten. Ik weet dat men er niet van achterwaartse schoppen houdt.’

Geraerds kent Royaards goed. Hij is immers de leider van de Nederlandse Toneelgroep, die Royaards verruilt voor de Koninklijke Nederlandse Schouwburg in Antwerpen. ‘Dat de economische omstandigheden van het toneel uiterst moeilijk zijn, dat de overheid al te weinig voor ons toneel doet, dat de toestand, speciaal in Amsterdam, dringend verbetering vraagt, wie zal het ontkennen?’, schrijft hij. ‘Maar dat het toneel jonge mensen geen ontplooiingsmogelijkheid meer biedt, dat iedereen aan het toneel louter op eigen voordeel belust is en dat alleen de heer Royaards nog waarachtige liefde voor het tooneel koestert en zijn kunst wil dienen, zijn pertinente onwaarheden.’

Saillant detail is dat weinig mensen weten dat Jacques G. de Haas en Rob Geraerds een en dezelfde persoon zijn. De man is journalist en acteur en kan eigenlijk niet tussen beide ambachten kiezen. De Haas is zijn echte naam, als acteur stelt hij zich voor als Rob Geraerds. Hij geeft aan dat hij nog altijd op goede voet staat met zijn opstandige collega. ‘Toneelspelers zijn nu eenmaal impulsief en men moet aan hun woorden niet al teveel waarde hechten’, zegt hij sussend. Om er vervolgens op los te hakken.

Dat de omstandigheden voor Nederlandse spelers ongunstig zijn, is volgens Geraerds niet uniek. Dat is overal zo. ‘De heer Royaards heeft gewoon geen geduld. Was hij niet zo haastig geweest, dan zou ook hij de kans hebben gehad zich bij ons als regisseur te ontwikkelen. Bij de vorming van ons gezelschap was het de bedoeling, dat de regievoering tussen de heer Royaards, Cruys Voorbergh en mijzelf zou worden verdeeld.’ 

Royaards heeft eerder voor de toneelgroep het stuk ‘X,Y,Z’ geregisseerd, maar maakt zich daarbij al snel onmogelijk, zo klapt Geraerds uit de school. ‘Hij, die nooit te voren op professionele wijze regie had gevoerd, wilde direct van wal steken op een manier, die onverenigbaar was met de werkmethode, die een nieuwe onderneming heeft te volgen, wil ze haar artiesten wel tot het einde toe en ten volle betalen. Dit bleek de heer Royaards niet in te zien. En toen hij niet direct de kans kreeg, als regisseur met een ‘artistieke daad’ te domineren, trok hij zich terug. Voor een meer bescheiden begin had hij geen interesse.’

Georgette Hagendoorn begon in Antwerpen met haar soloprogramma’s. Collectie TheaterSentiment

Dat de toneelspelers worden afgemat met lange busreizen en andere barre omstandigheden, vindt Geraerds maar gezeur. ‘Schaamt de heer Royaards zich dan niet een beetje, dat zijn eigen liefde voor de kunst niet groot genoeg is om er wat lichamelijke vermoeidheid voor over te hebben? Werk liever mee aan een betere toekomst. Zwoeg mee om steentje voor steentje iets nieuws te bouwen. Slik duizend ontgoochelingen voor één klein resultaat, zet je schouders eronder, maar deserteer vooral niet.’

De tirades in de kranten brengen Royaards en zijn Georgette niet op andere gedachten. Terwijl de toneelruzie nog een tijdlang suddert, nemen zij de wijk naar Antwerpen, waar Royaards zijn tanden zet in ‘Midzomernachtdroom’ van Shakespeare. Hij speelt hierin zelf de rol van Lysander en zijn vrouw schittert in de rol van Puck. Binnen enkele maanden rommelt het echter in Antwerpen. De eigenzinnige Diels breekt met de schouwburg en richt een eigen gezelschap op, Royaards en Hagedoorn volgen in zijn kielzog. Het wordt een succes, maar een jaar later keert Diels toch terug naar de Schouwburg en wordt Royaards opnieuw aangesteld als hoofdregisseur. 

De jaren erna regisseert hij nog een groot aantal stukken, waarin hij en zijn vrouw ook zelf te zien zijn. Georgette ontwikkelt zich bovendien tot een succesvol chansonniere, die met een eigen programma door Vlaanderen en Nederland toert.

In Antwerpen bouwde Georgette een bijzondere vriendschap op met een trouwe fan genaamd Yvonne. In onze collectie bevindt zich een flink aantal brieven die Yvonne van Georgette ontving, als dank voor de cadeautjes die ze de actrice stuurde. Hierboven een voorbeeld van een van de ‘kattenbelletjes’ die Georgette stuurde. Collectie TheaterSentiment

Hoewel de critici voorspellen dat Royaards en Hagedoorn het niet gemakkelijk zullen krijgen in Vlaanderen, maken ze er een gelukkige tijd door. ‘Wij kwamen in Antwerpen. En in vergelijking met Nederland, hadden we het gevoel als toneelspelers in een sanatorium te komen’, zeggen beiden in 1940. ‘Wat een frisse adem waait hier. En er is nog zoveel te leren. Weet u dat we nog steeds onderwezen worden door deskundigen in zuiver spreken. Al die Nederlandse acteurs maar denken dat ze dat al kunnen. Dat dachten wij ook, voordat we hier kwamen.

Royaards heeft succes in Vlaanderen, al blijkt hij niet dé vernieuwer te zijn op wie velen hadden gehoopt. Dat ziet hij zelf anders. ’Hier is de bescheidenheid van de regisseur hersteld’, legt Royaards uit. ‘Het stuk is er niet om de regisseur, maar de regisseur is er om het stuk en de spelers. De regisseur staat dienend tegenover het stuk en de speler mag weer spelen. De mensen zijn niet langer de vernederende elementen naast het decor, de attributen en de elektrische lampen.’

‘De toneelspelers die achterblijven in Nederland, zullen uit liefde voor de toneelspeelkunst blijven zwoegen om in de loop van jaren iets te creëren’, voorspelt Geraerds nog in 1937. ‘En als zij allen het toneel in Nederland weer een beetje uit het moeras hebben getrokken, wellicht wil de heer Royaards er dan eens over denken om als ‘gevestigd regisseur’ terug te komen.’

In 1943 keert Royaards inderdaad met zijn echtgenote terug naar Nederland en gaat hij spelen bij het Gemeentelijk Theaterbedrijf Amsterdam. Tussen hem en Nederland komt het echter nooit meer goed. In 1948 keert hij ons land opnieuw de rug toe, vestigt zich weer in Antwerpen en wordt er opnieuw aangesteld als regisseur bij de Koninklijke Nederlandse Schouwburg.

Bronnen: Delpher, Collectie TheaterSentiment, Facetten van 50 jaar Nederlands Toneel – Diversen (Moussaults)

Start typing and press Enter to search