Een ijsje voor Garbo

Koffie krijgen van Marlene Dietrich. Een ijsje halen voor Greta Garbo. De jonge acteur Roland Varno is in 1933 misschien nog niet de grote ster die hij ooit hoopt te worden, maar geen enkele andere Nederlandse collega kan hetzelfde zeggen als hij: in een film te hebben gespeeld met de twee grootste filmdiva’s van het interbellum. 

Hoe heeft deze ambitieuze Nederlandse jongeman dat voor elkaar gekregen? Om daarachter te komen, moeten we hem zelf te spreken zien te krijgen, tijdens de spaarzame momenten dat hij nog in Nederland is. De telefoon rinkelt. Een dame van het agentschap aan de lijn. ‘Roland Varno is hier. Wilt u hem spreken, kom dan om half drie.’ Akkoord! De telefoon rinkelt opnieuw: ‘Komt u om twee uur, want om half drie is hij alweer weg en vrijdag keert hij terug naar Hollywood.’ Dat wordt haasten dus.

Niet veel later zitten we tegenover de slanke, blonde Haagse jongen die zijn droom volgde. Hij komt veel minder geposeerd over dan de op de foto’s die we van hem kennen. Een charmante jongeman, wiens gelaat begint te ontspannen, naarmate het gesprek vordert. Hij straalt een jovialiteit uit die aangenaam overkomt. Dat betekent overigens niet dat de gesprekspartner ‘gewoon’ is gebleven. Hij laat zo nu en dan een lange stilte vallen, om op zoek te gaan naar het Nederlandse woord. Dat krijg je met een internationale carrière. 

Ook in ons land kan niemand om Varno heen. Zijn buitenlandse avonturen worden breed uitgemeten in de kranten. Elk filmrolletje, hoe klein en onbeduidend ook, wordt als een triomf gevierd en zo volgt het publiek de jonge acteur op de voet, van Duitsland naar Amerika, op zoek naar zijn droom

De weg naar Hollywood is zwaar geweest, erkent Varno, die in 1908 geboren is als Jacob Frederik Vuerhardt in Utrecht. Een moeilijke jeugd, met een vader die ernstig ziek is. De jongen blijkt een begenadigd tekenaar te zijn en na de HBS stuurt zijn familie hem naar een Londense tekenacademie, waar hij enige jaren les krijgt. Vervolgens werkt hij een nog een maand of zes als illustrator voor de krant Het Vaderland. 

Maar al die tijd sluimert in Vuerhardt die andere droom: de film. Op zijn vijftiende stuurt hij een zelfgeschreven scenario naar de Berlijnse filmstudio’s van de UFA, maar hij krijgt nooit een antwoord. Als in 1927 een Duitse filmmaker naar Nederland komt en op zoek gaat naar talenten, doet de jongen een nieuwe poging, maar weer loopt het op niets uit. Wat nu?

Berlijn is voor hem die over weinig connecties beschikt, een koude en wrede stad

Roland Varno

Hij neemt ‘een groot besluit’, zoals hij het zelf noemt. Hij pakt zijn koffers, zegt zijn baantje op bij de krant en pakt, geheel tegen de wens van zijn ouders in, de trein naar Berlijn. Maar niet zonder eerst een andere belangrijke stap te hebben gezet: een artiestennaam. Jacob Frederik Vuerhardt verandert in Roland Varno, wat net zo lekker bekt als Garbo.

„Met het grootste optimisme trok ik naar Berlijn’, vertelt hij. ‘Berlijn leek mij een stad van onbegrensde mogelijkheden, een internationaal centrum waar ik zonder al te veel moeite mijn weg in filmland zou vinden. Maar dat is me bitter tegengevallen. Berlijn is voor hem, die over weinig connecties en geld beschikt, een koude, wrede stad. Uren, dagen, weken, maanden lang heb ik rondgehangen in de ‘filmstraat Friedrichstrasse’, waar de grote filmmaatschappijen haar kantoren hebben.’

Overal wordt Varno de deur gewezen, ‘door zelfbewuste en gewichtige portiers’. Hij kan er nog steeds boos om worden. ‘En wanneer dit niet gebeurde, moest ik toch altijd horen, dat de directeur of regisseur niet aanwezig was of niet gestoord kon worden vanwege een uiterst gewichtige conferentie. Zo gaat het, wanneer je nog geen naam hebt, wanneer je geen familie bent van de ‘produktionsleiter’ of van andere gewichtige personages.’ 

Roland Varno (midden) in Der Blaue Engel – Collectie TheaterSentiment

‘Ik heb dan ook gewacht dat ik er blauw en geel van zag. Mijn geld raakte op, eten moest ik in het ‘Schauspielerheim’, de plek voor armlastige acteurs. De hele ijzig koude winter van ’28 op ’29 kon ik mij de luxe niet permitteren om op mijn kamertje, die hoog onder de daken in de Karlstrasse lag, de kachel te laten aanmaken. Het geringe maandgeld, dat ik van thuis ontving, werd bijna geheel voor kleren gebruikt. Want wie er niet tip-top uitziet, heeft minder kans iets in filmland te bereiken.’

In die periode krijgt Varno een paar piepkleine en slecht betaalde rolletjes. Mede dankzij de Nederlandse regisseur Jaap Speyer, die voor 1933 actief is in Berlijn. Uiteindelijk krijgt hij zijn eerst echte kans, met een rol in de film ‘Tussen veertien en zeventien’, over de liefdesperikelen onder pubers. ‘Het was de eerste film, waarin ik mezelf kon geven’, vertelt Varno. ‘Ik speelde met Ina von Elben, die net als ik een beginneling was. Trouwens iedereen in die film was beginneling, de productiemaatschappij had weinig geld en kon daarom alleen goedkope krachten aannemen. Ik werd er dus ook niet bepaald miljonair door’, zegt Varno ietwat zuur. ‘Op de avond van de première in het Atrium Palast (één van de grootste bioscopen in Berlijn), had ik nog tien pfennig op zak. Wel kreeg ik een grote krans om mijn nek, maar financieel hielp dat natuurlijk niet.’ 

Niet lang daarna bemachtigt Varno in 1929 een kleine rol in de legendarische film ‘Der blaue engel’ van Erich von Stroheim. Dit keer een geluidsfilm, met Emil Jannings en Marlene Dietrich, die met haar frivole rol in een klap wereldberoemd wordt. Ze speelt de nachtclubdanseres Lola die het hart op hol jaagt van de strenge docent Rath, gespeeld door Jannings. Varno speelt Lohmann, een van de drie studenten van de strenge professor. 

De verslaggever wil hier natuurlijk alles over horen, maar de acteur haalt zijn schouders op. ‘Ach, zoveel is daar niet over te vertellen. Ik moest genoegen nemen met een betrekkelijk ondergeschikte rol, omdat voor Emil Jannings en Marlene vanzelfsprekend de hoofdschotel was gereserveerd.’ 

Marlene Dietrich is een engel, ze zet altijd koffie voor ons

Roland Varno

Maar hoe was het dan om met zulke grootheden te werken? ‘Von Sternberg, wiens capaciteiten ik zeer hoog schat, was geheel ongenaakbaar. Jannings was vaderlijk en welwillend. Marlene Dietrich is een engel. Zij zette altijd koffie voor ons en interesseerde zich voor onze lotgevallen. Het is geen wonder dat zij in inmiddels in vele harten zo’n grote plaats inneemt.’

Het verhaal gaat dat Varno, ondanks het immense succes van ‘Der Blauwe Engel’, toch een kater heeft overgehouden aan dit avontuur. Jannings krijgt tijdens de opnamen ruzie met Von Stroheim, die zijn biezen pakt, waarna de beroemde acteur de film hermonteert. Hierdoor zijn enkele bijdragen van Varno niet in de film terechtgekomen. En erger nog, zelfs na het eclatante succes van deze film liggen de rollen in Berlijn voor de Nederlander nog steeds niet voor het oprapen. Het kan een verklaring zijn dat hij er niet veel kwijt wil.

Kurt Gerron, Marlene Dietrich en Emil Jannings in Der Blaue Engel – Collectie TheaterSentiment

Maar nu, in 1933, liggen de kaarten inmiddels anders op tafel voor Varno. Een talentenscout van de Amerikaanse filmmaatschappij Metro-Goldwyn-Mayer (MGM) heeft de Nederlander naar Hollywood laten komen. En na een paar kleine rollen in Duitse versies van Amerikaanse films, weet hij een bijrol te bemachtigen in de film ‘As you desire me’ en daarmee schittert hij op het witte doek naast een van de allergrootste sterren van de cinema: de wereldberoemde en geheimzinnige Greta Garbo. Dit onderwerp brengt Varno weer op het puntje van zijn stoel.

De mysterieuze persoonlijkheid van Garbo en de vreemde atmosfeer die haar omringt, waren voortdurend in mijn gedachten.

Roland Varno

‘Sinds ik mijn loopbaan begon, droomde ik van de mogelijkheid om eens in een film te mogen samenspelen met de grote Zweedse actrice’, zegt hij enthousiast. ‘Op een dag riep de bekende regisseur Paul Bern mij op zijn kantoor. Over de gloeiend hete straten van Hollywood haastte ik mij naar de studio’s. Zou nu mijn droom werkelijkheid worden? Op het kantoor kreeg ik een manuscript in handen. En wat bleek: ik zou samenspelen met Greta Garbo. Natuurlijk was ik zenuwachtig. De mysterieuze persoonlijkheid van Garbo en de vreemde atmosfeer die haar omringt, waren voortdurend in mijn gedachten.’

Hoe was het dan om de grote dive in levende lijve te ontmoeten? ‘Op de dag dat de opnamen begonnen, stelde de regisseur mij aan enkele andere medespelers voor, maar ik merkte het nauwelijks, mijn gedachten waren ergens anders. Waar is Greta Garbo? Is zij werkelijk zo aantrekkelijk en geheimzinnig als haar films haar voorstellen? Er volgde een ogenblik van spanning en toen, voorafgegaan door haar kamenier en haar chauffeur, naderde Greta Garbo. De regisseur stelde mij voor. Met haar diepe stem sprak ze enkele gebruikelijke beleefdheden en meteen werd met de opnamen begonnen.’

Het lukt de Nederlander gelukkig om tijdens de opnamen het diepe ontzag dat hij voor de vrouw voelt enigszins te verbergen. ‘Gedurende de twee weken, dat wij aan onze gemeenschappelijke scènes werkten, voelde ik me niet verlegen of zenuwachtig. In de pauzes, als er veranderingen in de studio werden aangebracht, was er zelfs een kans om samen te praten. Wij spraken dan over Europa, meestal in het Duits, de taal waarin ze zich het liefst uitdrukt.’ Die gesprekken blijven wel oppervlakkig. ‘Hoewel wij heel goed samen konden opschieten, sprak zij nooit over haarzelf of over haar ideeën en plannen.’ 

Greta Garbo en Roland Varno. Collectie TheaterSentiment

Niettemin is de Varno nog altijd diep onder de indruk van de professionaliteit van de Zweedse diva. ‘Greta Garbo is zeer punctueel. Iedere ochtend precies om tien uur komt zij in de studio’s en omdat ze zoveel mogelijk alleen wil zijn, wordt dicht bij de plaats van de opnamen een kleedkamer voor haar ingericht, waarin zij na iedere scène verdwijnt. Zij heeft niet graag dat de mensen naar haar kijken. Ik vermoed dat zij verlegen is en daarom alleen wil zijn. Gedurende de opnamen van enkele scènes in een café, waarvoor ongeveer tweehonderd figuranten nodig waren, moest iedereen die niet direct voor de camera nodig was, op haar verzoek de studio verlaten.’

‘Het is eigenaardig de verandering in haar op te merken, op het moment, dat zij met haar spel begint’,gaat hij verder. ‘Zij heeft een eigenaardige macht over zichzelf, die haar in staat stelt in enkele seconden haar eigen persoonlijkheid af te leggen en zich in te leven in het karakter, dat zij moet uitbeelden. Ik heb gehoord, dat zij aan slapeloosheid lijdt, maar als de regisseur haar roept is zij steeds vol energie in haar rol. Dan is het of een straal zonlicht door de wolken breekt. Zij is dan geheel veranderd en steeds kon ik de invloed van die wilskracht voelen. De scènes met haar vormden de grootste gebeurtenis van mijn leven.’ 

Roland Varno glimlacht. ‘Het is een eigenaardige gewaarwording een kort moment te leven in een andere wereld met de schoonste vrouw, die je ooit ontmoet hebt. Volgens mij is Greta Garbo in werkelijkheid veel mooier dan haar filmbeeld. Zij gebruikt heel weinig schmink en daardoor komt haar gelaat beter uit. In haar prachtige grijs-groene ogen is een betoverende uitdrukking en haar wenkbrauwen alleen kunnen een wereld van gevoelens uitdrukken.’

Ondanks de waas van mysterie die om de vrouw heen hangt, heeft Varno ook een vleugje van de mens Garbo kunnen ontdekken. ‘Ze is zeer vriendelijk en sympathiek, één voorval maakte bijzonder veel indruk op mij. In een scène moest een kellner binnenkomen met een glas champagne. De man was zenuwachtig en viel, waardoor de opname mislukte. Het bleek, dat hij een oude Deense acteur was en een van de vele gestrande talenten in Hollywood. Garbo zelf ging naar hem toe, troostte hem en wist hem volkomen op zijn gemak te stellen.’

‘Zij houdt niet van eerbewijzen’, gaat hij verder. ‘De mensen vereren haar en willen haar persoonlijk zien en toch zoekt zij de eenzaamheid, maakt lange wandelingen en gaat zwemmen op plekken waar ze niemand hoeft te ontmoeten. In de studio komt zij met haar oude auto, altijd zeer eenvoudig gekleed. Zij drinkt veel koffie en op warme dagen laat zij dikwijls ijshoorns halen. De eerste keer, dat ik tussen de opnamen een ijshoorn voor haar mocht halen, was voor mij een belevenis.’

Een paar scènes spelen met Garbo, ook al is het nog niet de hoofdrol waar hij op hoopt, heeft Varno wel weer goede moed gegeven. Dat zijn ontberingen en harde werken beloond worden en hij ooit die grote ster zal worden. Met die woorden kunnen we het interview afsluiten. Voordat hij afscheid neemt, vraagt Varno onze blocnote en potlood te leen. Voor even is hij niet de filmster in spe, maar de tekenaar die hij ooit was. In een paar korte halen, tovert hij als afscheidscadeau zijn karikatuur van Garbo op het papier. ‘Ik raad iedereen af het beroep van filmacteur te kiezen’, mijmert hij ondertussen. ‘Maar toch, moest ik opnieuw over mijn loopbaan beslissen, zou ik het gewoon weer doen.’

Garbo volgens Varno

De karikatuur die Varno van Garbo maakte na een interview dat hij gaf over zijn ervaringen met de Zweedse diva uit Hollywood

Dit verhaal en de sfeerbeelden is samengesteld uit diverse interviews die Roland Varno in de periode 1930-33 gaf aan diverse kranten, collectie Delpher.

Start typing and press Enter to search